ETF-fiscaliteit in België
- Een ETF kan belastingen oproepen bij handel, uitkering en verkoop met winst.
- Een accumulerende ETF is sinds de meerwaardebelasting van 2026 niet vanzelf belastingvrij bij verkoop.
- Bij fondsen met een belastbaar interestdeel kan de Reynderstaks samenlopen met de nieuwe meerwaardebelasting.
- Die samenloop vereist een splitsing van de grondslag; je telt geen twee volledige belastingen op dezelfde winst.
Deze uitleg voor Belgische particulieren is gecontroleerd op 10 september 2026. Ze is geen persoonlijk beleggings- of fiscaal advies. De wet van 6 april 2026 en circulaire 2026/C/74 zijn het uitgangspunt voor de nieuwe meerwaardenregeling. Voor de productwerking zie de ETF-gids.
Welke belastingen kan een ETF oproepen?
| Gebeurtenis | Mogelijke behandeling | Wat moet je onderscheiden? |
|---|---|---|
| Kopen of verkopen | Beurstaks op ETF's | Exacte deelklasse en fiscale kwalificatie |
| Uitkering ontvangen | Roerend inkomen | De aard van de uitkering en eventuele buitenlandse inhouding |
| Een belang met schuldvorderingen verkopen of laten inkopen | Reynderstaks indien van toepassing | Belastbaar interestdeel volgens artikel 19bis |
| Gewone meerwaarde realiseren | Nieuwe meerwaardebelasting | De fiscale winst na uitsluiting van reeds als roerend inkomen belastbaar deel |
Voor de meeste roerende inkomsten is het Belgische basistarief 30%. Het feit dat een fonds geld uitkeert, zegt nog niet dat iedere persoonlijke vrijstelling op die uitkering van toepassing is. FOD: inkomsten van spaargeld en beleggingen.
Bij een accumulerende deelklasse blijven inkomsten in het fonds; bij een distribuerende deelklasse worden ze geheel of gedeeltelijk uitgekeerd. Het fiscale resultaat hangt van meer af dan dit verschil. De vergelijking accumulerende of distribuerende ETF werkt dit verder uit.
Wat betekent de meerwaardebelasting vanaf 2026?
Voor gewone meerwaarden binnen normaal privébeheer geldt in beginsel 10%, met een basisvrijstelling van € 10.000 per persoon voor inkomstenjaar 2026, aanslagjaar 2027. Die vrijstelling omvat de betrokken meerwaarden samen, niet alleen één ETF. FOD: meerwaardebelasting.
Voor ETF-posities die je al vóór 2026 bezat, telt in beginsel de waarde op 31 december 2025. Een hogere aantoonbare historische aankoopwaarde kan op verzoek relevant blijven voor overdrachten tot eind 2030. Dat fotomoment hoort bij de nieuwe meerwaardebelasting; het vervangt niet automatisch de historische berekening van het interestdeel onder de Reynderstaks. Wet, artikel 11 en circulaire, randnummers 201–204.
Hoe vermijd je dubbeltelling met de Reynderstaks?
De FOD schrijft een volgorde voor. Eerst bepaal je de belastbare grondslag onder artikel 19bis WIB 92. Vervolgens trek je die grondslag af van de meerwaarde die volgens de nieuwe meerwaardenregels is berekend. Op de resterende gewone meerwaarde pas je de toepasselijke verliesverrekening en persoonlijke vrijstelling toe. Circulaire, randnummers 201–204.
De vrijstelling van € 10.000 maakt het interestdeel zelf dus niet belastingvrij. Ook is 'obligatiepercentage × verkoopwinst' geen universele berekeningsmethode: beschikbare Taxable Income per Share-gegevens, fondskenmerken en wettelijke terugvalregels kunnen verschil maken.
Vraag bij een fondsberekening daarom welke fiscale gegevens zijn gebruikt. Een ISIN identificeert de deelklasse, maar bewijst op zichzelf niet dat de broker de inhoudelijke kwalificatie correct heeft toegepast.
Een eigen voorbeeld met twee grondslagen
Een belegger kocht vóór 2026 een fictief gemengd fonds. De fiscale waarde op 31 december 2025 is € 42.000; verkoop in september 2026 levert € 58.000 op. De correct vastgestelde belastbare grondslag onder artikel 19bis bedraagt in dit voorbeeld € 4.500. Dit bedrag is een gegeven op basis van fondsgegevens, geen zelfgekozen obligatiepercentage.
| Berekening | Uitkomst |
|---|---|
| Nieuwe meerwaarde vóór samenloopcorrectie | € 58.000 − € 42.000 = € 16.000 |
| Reynderstaks over het gegeven interestdeel | € 4.500 × 30% = € 1.350 |
| Meerwaarde na uitsluiting van dat deel | € 16.000 − € 4.500 = € 11.500 |
| Meerwaardebelasting bij volledig beschikbare basisvrijstelling | (€ 11.500 − € 10.000) × 10% = € 150 |
| Totaal van deze twee belastingen | € 1.350 + € 150 = € 1.500 |
We veronderstellen een volledig inkomstenjaar 2026, normaal privébeheer, geen andere meerwaarden of minderwaarden en geen hogere historische aankoopwaarde. Bij € 180 fictieve kosten en overige taksen resteert van de waardegroei sinds het fotomoment € 14.320: € 16.000 − € 1.500 − € 180. Dit is geen totaalrendement sinds de oorspronkelijke aankoop en is niet voor inflatie gecorrigeerd.
Welke afwegingen blijven belangrijk?
Een fiscale vrijstelling compenseert geen hoog fondstarief, slechte spreiding of ongeschikt risico. Handelskosten en taksen verlagen het rendement, terwijl ze bij de nieuwe meerwaardebelasting niet eenvoudig aftrekbaar zijn. De bank kan ook inhoudingen toepassen voordat je persoonlijke jaarvrijstelling wordt verwerkt. Wet, artikelen 11, 22 en 28.
Bewaar het essentiële-informatiedocument, ISIN, afrekeningen, eind-2025-waardering en fiscale fondsattesten. Raadpleeg het Belgische belastingoverzicht voor de aangifte en andere rekeninggebonden heffingen.
Veelgestelde vragen
Is een accumulerende ETF belastingvrij?
Nee. Het ontbreken van een cashuitkering neemt beurstaks, mogelijke Reynderstaks of meerwaardebelasting bij verkoop niet weg.
Betaal ik 30% én 10% over dezelfde fondswinst?
Niet zonder meer. Volgens de FOD moet eerst het belastbare interestdeel onder artikel 19bis worden bepaald. Dat bedrag vermindert de nieuwe meerwaardegrondslag.
Kan ik de belasting bepalen aan de hand van de ETF-naam?
Nee. Onder meer de exacte deelklasse, juridische vorm, registratie, beleggingen en beschikbare fiscale gegevens zijn relevant. Controleer de ISIN en de onderliggende documentatie.
Geschreven door Redactie Leren Investeren · Redactie
Laatst bijgewerkt op 2026-09-10
Gepubliceerd op
Bronnen
- 6 APRIL 2026. - Wet tot invoering van een belasting op meerwaarden op financiële activa — Belgisch Staatsblad / Justel, geraadpleegd 2026-09-10
- Meerwaardebelasting — FOD Financiën, geraadpleegd 2026-09-10
- Circulaire 2026/C/74 over de belasting op meerwaarden op financiële activa in de personenbelasting — FOD Financiën, geraadpleegd 2026-09-10
- Inkomsten van spaargeld en beleggingen — FOD Financiën, geraadpleegd 2026-09-10
