Reynderstaks in het kort
De Reynderstaks is de gebruikelijke naam voor de Belgische belasting op de opbrengst uit schuldvorderingen binnen bepaalde beleggingsfondsen en trackers bij verkoop, inkoop of vereffening. Het tarief is 30% op de toepasselijke roerende grondslag. Deze uitleg betreft privébeleggingen in 2026, gecontroleerd op 10 september 2026. Dit is geen persoonlijk beleggingsadvies en geen persoonlijk fiscaal advies. Wikifin: obligatiefondsen, FOD: artikel 19bis.
- De heffing is niet beperkt tot fondsen die obligatiefonds heten.
- Aankoopdatum, fondsbeleid en uitkeringsverplichtingen bepalen mede het toepassingsgebied.
- De fiscale rentecomponent is iets anders dan het couponbedrag dat je zelf ontving.
- De nieuwe meerwaardebelasting heft niet nogmaals over dezelfde grondslag.
Welke fondsen vallen onder de Reynderstaks?
Voor rechten verworven vanaf 1 januari 2018 noemt artikel 19bis fondsen waarvan meer dan 10% rechtstreeks of onrechtstreeks in schuldvorderingen is belegd. Voor oudere aankopen moet je het eerdere toepassingsgebied beoordelen, met de vroegere drempel van meer dan 25%. De aankoopdatum blijft dus belangrijk wanneer je op verschillende momenten in hetzelfde fonds investeerde. FOD: circulaire 2019/C/95, nrs. 1–4 en 14–15.
De fiscale toets kijkt eerst naar de beleggingspolitiek in het fondsreglement of de statuten en bij ontbreken daarvan naar de feitelijke portefeuille. Schuldvorderingen zijn ruimer dan alleen zichtbare obligaties; ook indirecte beleggingen kunnen meetellen. Een momentopname met precies 10% obligaties is daarom geen zelfstandig vrijstellingsbewijs. FOD: circulaire 2019/C/95, nr. 11.
Is een distribuerend fonds automatisch uitgezonderd?
Nee. De regeling beoordeelt of de statuten of het fondsreglement jaarlijkse uitkering van alle netto-inkomsten voorschrijven. Alleen het etiket distribuerend of een feitelijk uitgekeerd dividend bewijst dat niet. De wettelijke passage over die uitkeringsvoorwaarde staat in de FOD-circulaire 41/2013; de latere circulaire 2019/C/95 beschrijft de aangepaste drempel en het ruimere fondstoepassingsgebied. Vraag de fiscale classificatie van de specifieke aandelenklasse op.
Hoe wordt de belastbare opbrengst bepaald?
De grondslag volgt de opbrengst uit schuldvorderingen gedurende de relevante bezitsperiode. Als het fonds een Taxable Income per Share (TIS) publiceert, kan de verandering van dat fiscale inkomen per deelbewijs worden gebruikt. Dat is niet simpelweg hetzelfde als de totale koerswinst. FOD: circulaire 2026/C/74, nr. 204.
Bij bekende aankoopgegevens wordt deze grondslag in beginsel begrensd tot de werkelijk gerealiseerde meerwaarde. Een positieve TIS-verandering van €50 bij een aankoop voor €1.000 en verkoop voor €1.020 leidt in dit eigen voorbeeld dus tot hoogstens €20 roerend belastbaar inkomen. De TIS alleen volstaat niet. FOD: circulaire 2019/C/95, nr. 20.
Zonder bruikbare TIS kan een forfaitaire methode met het schuldvorderingenpercentage gelden. In het FOD-voorbeeld wordt de totale meerwaarde vermenigvuldigd met dat percentage. Ontbreekt ook de informatie over het percentage, dan voorziet artikel 19bis een vermoeden van 100%. Bij onbekende aankoopwaarde kan zelfs het ontvangen bedrag het vertrekpunt zijn. FOD: circulaire 41/2013, nrs. 19–21, FOD: actueel samenloopvoorbeeld.
Dat maakt een volledige aankoopadministratie relevant voor de werkelijke afrekening. Vraag je tussenpersoon welke aankoopgegevens, TIS-waarden en fiscale grondslag zijn toegepast; een generieke calculator kan ontbrekende fondsinformatie niet betrouwbaar aanvullen.
Hoe werkt de samenloop met de meerwaardebelasting in 2026?
Eerst wordt het roerende inkomen volgens artikel 19bis bepaald. Daarna wordt die grondslag, dus niet alleen het bedrag van de betaalde Reynderstaks, afgetrokken van de meerwaarde volgens de nieuwe regeling. De FOD bevestigt dat deze werkwijze geldt voor aankopen vóór én na 31 december 2025. FOD: circulaire 2026/C/74, nrs. 201–204.
De fotowaarde voor de nieuwe heffing vervangt niet automatisch de oorspronkelijke aankoopgegevens voor de Reynderstaks. Voor het overige deel kunnen het gewone meerwaardetarief en de daarvoor geldende vrijstelling relevant zijn. Lees meerwaardebelasting en belasting op ETF's voor het volledige onderscheid.
Voordelen en risico's
Voordeel: met correcte fondsgegevens kun je zien welke component tegen welk tarief wordt belast. Risico: ontbrekende TIS- of aankoopgegevens kunnen de uitkomst sterk veranderen. Een fiscaal voordeel maakt een obligatie- of gemengd fonds bovendien niet vrij van koers- of renterisico. De uitleg over belasting op obligaties helpt directe obligaties van fondsen te onderscheiden; de ETF-gids behandelt het product zelf.
Voorbeeld
Een fictief fondspakket is in 2026 gekocht voor €50.000 en verkocht voor €70.000. De correct vastgestelde artikel 19bis-grondslag is €3.000. De belegger heeft geen andere relevante winsten of verliezen en de volledige gewone meerwaardevrijstelling van €10.000 beschikbaar. Kosten en TOB zijn in dit eigen voorbeeld buiten beschouwing gelaten.
| Berekening | Bedrag |
|---|---|
| Reynderstaks: €3.000 × 30% | €900 |
| Meerwaarde vóór samenloop: €70.000 − €50.000 | €20.000 |
| Resterende grondslag: €20.000 − €3.000 | €17.000 |
| Na de gewone vrijstelling: €17.000 − €10.000 | €7.000 |
| Meerwaardebelasting: €7.000 × 10% | €700 |
| Totaal van deze twee heffingen | €1.600 |
De methode volgt FOD: circulaire 2026/C/74, nrs. 201–204. De €10.000 geldt hier alleen voor de nieuwe meerwaardecomponent, niet als vrijstelling van de Reynderstaks. Het Belgische belastingoverzicht toont welke andere heffingen daarnaast kunnen spelen.
Veelgestelde vragen
Is de Reynderstaks 30% van mijn hele verkoopbedrag?
Bij bekende aankoopgegevens gaat het om de fiscaal berekende opbrengst uit schuldvorderingen, begrensd tot de werkelijk gerealiseerde meerwaarde. Bij ontbrekende gegevens kan een ongunstige forfaitaire berekening gelden. Vraag de grondslag op bij de tussenpersoon.
Is precies 10% in obligaties voldoende voor de drempel?
De wettekst spreekt voor vanaf 1 januari 2018 verworven rechten van meer dan 10% rechtstreeks of onrechtstreeks in schuldvorderingen. De fiscale beoordeling volgt niet noodzakelijk één momentopname van de obligatieweging.
Betaal ik 30% Reynderstaks plus 10% over dezelfde winst?
De FOD schrijft voor dat eerst de grondslag van artikel 19bis wordt bepaald. Die grondslag wordt vervolgens afgetrokken van de meerwaarde voor de nieuwe heffing. Elke resterende component volgt zijn eigen regels.
Geschreven door Redactie Leren Investeren · Redactie
Laatst bijgewerkt op 2026-09-10
Gepubliceerd op
Bronnen
- Circulaire 2019/C/95 over de wijziging van het toepassingsgebied van art. 19bis, WIB 92, vanaf 01.01.2018 — FOD Financiën, geraadpleegd 2026-09-10
- Circulaire AAFisc Nr. 41/2013 (nr. Ci.RH.231/629.328) van 25 oktober 2013 — FOD Financiën, geraadpleegd 2026-09-10
- Circulaire 2026/C/74 over de belasting op meerwaarden op financiële activa — FOD Financiën, geraadpleegd 2026-09-10
- De belastingen op je Belgische beleggingen — Wikifin (FSMA), geraadpleegd 2026-09-10
