Belasting op sparen en beleggen in het kort
- In Nederland valt gewoon privévermogen, zoals spaargeld en beleggingen, doorgaans onder box 3.
- De forfaitaire berekening gebruikt de vermogenssituatie op 1 januari van het belastingjaar en verschillende percentages per vermogenscategorie.
- In 2026 is het algemene heffingsvrij vermogen € 59.357 per persoon. Bij volledig jaar fiscaal partnerschap is dat samen € 118.714.
- Het tarief bedraagt in 2026 36% van het box 3-inkomen, niet van het volledige vermogen.
- Een lager werkelijk rendement kan via tegenbewijs tot een lagere uitkomst leiden; daarbij telt het hele relevante jaarvermogen mee.
Deze gids is gecontroleerd op 10 september 2026 en gaat over de Nederlandse regels. Bronnen: box 3-berekening 2026, heffingsvrij vermogen, tarief en werkelijk rendement.
Welke belasting hoort bij jouw onderwerp?
Belasting op sparen en beleggen bestaat uit meerdere onderwerpen. De uitleg over box 3 geeft het vertrekpunt voor gewoon privévermogen. Inkomen uit werk en woning hoort bij box 1; inkomen uit een aanmerkelijk belang bij box 2. De fiscale indeling bepaalt welke berekening relevant is. Bron: boxen en tarieven.
| Je wilt begrijpen… | Begin bij… |
|---|---|
| Hoe vermogen wordt omgezet in belastbaar inkomen | Wat is box 3? |
| Hoeveel belasting de gewone forfaitaire methode geeft | Vermogensbelasting berekenen |
| Wat bij een aangifte over het afgelopen jaar hoort | Aangifte box 3 invullen |
| Wat je kunt doen met een lager werkelijk rendement | Tegenbewijsregeling box 3 |
| Welke regels bij een specifieke belegging horen | De onderwerpen per vermogenssoort verder op deze pagina |
De gids helpt je begrippen en gegevens te verbinden. De voorbeelden zijn educatief en vormen geen persoonlijke fiscale beoordeling.
Belastingjaar 2026 is iets anders dan aangiftejaar 2026
Het belastingjaar bepaalt welke regels en bedragen je gebruikt. Een aangifte over 2025 die je in 2026 verstuurt, blijft een aangifte over 2025. Voor een voorlopige aanslag over 2026 gelden juist de parameters van 2026. De Belastingdienst publiceert de vrijstelling per jaar en een afzonderlijke berekening voor de voorlopige aanslag 2026.
Voor 2026 zijn het bankforfait van 1,28% en het schuldenforfait van 2,70% voorlopig. Het forfait van 6,00% voor beleggingen en andere bezittingen staat vast. Begin 2027 stelt de Belastingdienst de twee voorlopige percentages definitief vast. Bron: percentages en status. De tariefpagina houdt belastingtarief en forfait uit elkaar.
Forfaitair en werkelijk rendement naast elkaar
De forfaitaire methode berekent inkomen met rekenpercentages, een schulddrempel en het heffingsvrij vermogen. Bij tegenbewijs wordt dat belastbare forfaitaire inkomen vergeleken met het totale werkelijke rendement in euro's. Bronnen: forfaitaire berekening en werkelijk rendement.
Werkelijk rendement omvat ontvangen opbrengsten en waardeveranderingen, inclusief ongerealiseerde koerswinst en koersverlies. In die berekening geldt geen heffingsvrij vermogen. Winsten en verliezen binnen het jaar tellen samen; een negatief jaartotaal wordt op nul gezet en is niet verrekenbaar met andere jaren. Bron: Belastingdienst.
Eigen illustratie, zonder belastingbedrag: een belegger kan verlies maken op aandelen en tegelijk bankrente ontvangen. Voor tegenbewijs telt het gecombineerde resultaat van het relevante box 3-vermogen. Alleen de verliesgevende aandelen aanleveren zou dus geen volledige jaarberekening zijn.
De huidige tegenbewijsregeling moet apart worden gelezen van de Wet werkelijk rendement en het nieuwe stelsel. Een toekomstige stelselwijziging is niet automatisch de berekeningsmethode voor 2026. De Belastingdienst beschrijft voor 2026 nog de forfaitaire voorlopige aanslag.
Alle onderwerpen over belastingen in Nederland
De onderwerpen hieronder vormen samen de volledige gids. Elke pagina behandelt een andere vraag en verwijst naar officiële bronnen.
Box 3 begrijpen en berekenen
- Wat is box 3? — de indeling van inkomen en vermogen.
- Box 3 tarief 2026 — het belastingtarief en de afzonderlijke forfaits.
- Heffingsvrij vermogen — de algemene vrijstelling en fiscale partners.
- Peildatum box 3 — welk moment telt en hoe tijdelijke verschuivingen worden beoordeeld.
- Schulden in box 3 — kwalificatie, drempel en renteberekening.
- Vermogensbelasting berekenen — een begrensde forfaitaire rekenhulp voor 2026.
- Voorlopige aanslag box 3 — schatting, wijzigen en later verrekenen.
- Aangifte box 3 invullen — gegevens verzamelen en het juiste jaar invullen.
Sparen, beleggen en vastgoed
- Belasting over spaargeld — banksaldo, rente en spaardeposito's.
- Belasting op aandelen — gewone privébeleggingen en de fiscale categorie.
- ETF-belasting — fondsen, uitkeringen en belastinglagen.
- Dividendbelasting — inhouding en de relatie met de aangifte.
- Bronbelasting terugvragen — buitenlandse inhoudingen en voorwaarden.
- Tweede woning in box 3 — waarde, verhuur en eigen gebruik.
Werkelijk rendement en fiscale afwegingen
- Tegenbewijsregeling box 3 — de huidige regeling voor een lager werkelijk rendement.
- Wet werkelijk rendement — de status en opzet van het nieuwe stelsel.
- Groen beleggen en belastingvoordeel — erkenning en voorwaarden.
- Lijfrente en belastingvoordeel — fiscale behandeling en grenzen van aftrek.
- Beleggen in een bv of privé — verschillende belastinglagen en kosten.
- Box 3 verlagen — voorwaarden, afwegingen en grenzen zonder beloofde besparing.
Crypto en aangifte
- Crypto-belasting in Nederland — fiscale plaats en waardering.
- Crypto opgeven in je aangifte — gegevens van wallets en handelsplatformen.
- Crypto niet opgegeven — een onvolledige aangifte herkennen en corrigeren.
- Staking, mining en daytraden — activiteiten en fiscale kwalificatie.
Risico's en grenzen van een fiscale berekening
Een lager berekend belastingbedrag betekent niet automatisch een hoger financieel eindresultaat. Kosten, koersverlies, beschikbaarheid van geld en persoonlijke omstandigheden kunnen een fiscale vergelijking veranderen. Vooral bij lenen, een bv, lijfrenteproducten of buitenlandse situaties is een losse box 3-rekensom geen volledige vergelijking.
Beleggen kan tot verlies leiden. Crypto kent sterke koersschommelingen en risico op volledig verlies. Een fiscaal forfait is geen rendementsverwachting. Het fiscale werkelijke rendement is bovendien niet hetzelfde als netto koopkrachtwinst: de Belastingdienst staat de aftrek van gewone kosten bij tegenbewijs niet algemeen toe. Bron: kosten bij werkelijk rendement.
Deze gids biedt algemene financiële educatie, geen persoonlijk beleggingsadvies of persoonlijk fiscaal advies. De belastingregels en voorlopige percentages kunnen veranderen; een eigen berekening is geen definitieve aanslag.
Veelgestelde vragen
Waar begin ik als ik wil weten hoeveel box 3 ik betaal?
Bepaal eerst het belastingjaar, de relevante bezittingen en schulden en de fiscale partnersituatie. Voor een gewone forfaitaire situatie in 2026 kun je de rekenhulp gebruiken. Bij bijzondere vrijstellingen of buitenlands vermogen kan de uitkomst afwijken.
Zijn de regels in deze gids ook voor België?
Nee. Deze gids gaat over de Nederlandse belastingregels. België heeft andere belastingen en voorwaarden. Je fiscale woonplaats en eventuele grensoverschrijdende situatie zijn bepalend voor welke uitleg van toepassing is.
Is werkelijk rendement al het enige box 3-stelsel?
Nee. Voor 2026 werkt de Belastingdienst met de forfaitaire methode en kan een lager werkelijk rendement via tegenbewijs worden verwerkt. De huidige tegenbewijsregeling moet worden onderscheiden van wetgeving voor een toekomstig box 3-stelsel.
Geschreven door Redactie Leren Investeren · Redactie
Laatst bijgewerkt op 2026-09-10
Gepubliceerd op
Bronnen
- Boxen en tarieven — Belastingdienst, geraadpleegd 2026-09-10
- Berekening box 3-inkomen voorlopige aanslag 2026 — Belastingdienst, geraadpleegd 2026-09-10
- Heffingsvrij vermogen — Belastingdienst, geraadpleegd 2026-09-10
- Wat is mijn werkelijk rendement? — Belastingdienst, geraadpleegd 2026-09-10
- Box 3: uitleg en tarieven — Belastingdienst, geraadpleegd 2026-09-10
