Vermogensbelasting berekenen in box 3
Bereken een indicatie van box 3 over 2026 met spaargeld, beleggingen en schulden. Met de vrijstelling, voorlopige forfaits, formule en grenzen van de uitkomst.
Aannames en beperkingen
- Belastingjaar 2026, forfaitaire indicatie met vermogen op 1 januari 2026.
- Bank- en schuldenforfait zijn voorlopig; geen berekening van werkelijk rendement of definitieve aanslag.
- Heel jaar Nederlandse belastingplicht, zonder bijzondere vrijstellingen of buitenlandse vermindering; bij fiscale partners een gezamenlijk bedrag.
Risico's van beleggen
Wat berekent deze tool?
Deze rekenhulp schat de forfaitaire box 3-belasting over belastingjaar 2026 voor een eenvoudige Nederlandse situatie. De invoer bestaat uit de fiscale waarden van banktegoeden, overige bezittingen en box 3-schulden op 1 januari 2026. De uitkomst is geen definitieve aanslag, geen persoonlijk beleggingsadvies en geen persoonlijk belastingadvies.
De Belastingdienst beschrijft dezelfde categorieën en basisformule. Bij de voorlopige aanslag is het werkelijk rendement van het hele jaar nog niet bekend. Een latere beoordeling kan dus anders uitvallen. Belastingjaar 2026 is bovendien iets anders dan de aangifte over 2025 die je doorgaans in 2026 invult.
Welke bedragen vul je in?
Vul bij banktegoeden de belastbare bank- en spaartegoeden in, inclusief die bij buitenlandse banken. Aandelen, ETF's, obligaties en crypto horen bij overige bezittingen. Het feit dat een belegging op een rekening bij een bank staat, maakt haar niet tot spaargeld. De officiële categorie-indeling is leidend.
Bij schulden gaat het om schulden die fiscaal in box 3 vallen, vóór aftrek van de schulddrempel. Een hypotheek die in box 1 hoort is geen invoer voor deze berekening. De tool beoordeelt niet zelfstandig de fiscale indeling of waarde van bezittingen. Bij een woning moet bijvoorbeeld eerst de juiste fiscale waarde zijn vastgesteld; zie tweede woning in box 3.
Voor fiscale partners die heel 2026 als partners worden behandeld, gebruik je de gezamenlijke bedragen. De tool berekent dan het gezamenlijke forfaitaire bedrag. Persoonlijke kortingen en verdeling over de aangiften zijn niet verwerkt; de tool optimaliseert die verdeling niet.
Hoe vermogensbelasting berekenen?
De formule
De formule volgt de uitleg van de Belastingdienst voor 2026, gecontroleerd op 10 september 2026. De algemene vrijstelling en schulddrempel gelden per persoon; bij een volledig jaar fiscaal partnerschap rekent deze tool met twee personen.
| Parameter voor belastingjaar 2026 | Gebruikte waarde | Status op controledatum |
|---|---|---|
| Forfait banktegoeden | 1,28% | Voorlopig; definitief vastgesteld in 2027 |
| Forfait overige bezittingen | 6,00% | Vastgesteld |
| Forfait aftrekbare schulden | 2,70% | Voorlopig; definitief vastgesteld in 2027 |
| Heffingsvrij vermogen | € 59.357 per persoon | Algemene vrijstelling voor deze forfaitaire berekening |
| Schulddrempel | € 3.800 per persoon | Eerst van de relevante schuld aftrekken |
| Tarief box 3 | 36% | Tarief over het berekende box 3-inkomen |
Eigen uitgeschreven weergave van de formule:
- Aftrekbare schuld = box 3-schulden − schulddrempel, met ondergrens € 0.
- Rendementsgrondslag = banktegoeden + overige bezittingen − aftrekbare schuld, met ondergrens € 0.
- Grondslag sparen en beleggen = rendementsgrondslag − heffingsvrij vermogen, met ondergrens € 0.
- Belastbaar forfaitair rendement = 1,28% × banktegoeden + 6,00% × overige bezittingen − 2,70% × aftrekbare schuld, met ondergrens € 0.
- Box 3-inkomen = belastbaar forfaitair rendement × grondslag sparen en beleggen ÷ rendementsgrondslag. Bij een rendementsgrondslag van € 0 is de uitkomst € 0.
- Indicatieve belasting = box 3-inkomen × 36%.
De calculator bewaart de precisie van tussenstappen en toont geldbedragen op centen. De officiële voorbeelden ronden tussentijds af; een aangifte of aanslag kan daarom ook door afronding verschillen. Lees box 3-tarieven voor het onderscheid tussen tarief en rendementspercentage en heffingsvrij vermogen voor de vrijstellingsregels.
Rekenvoorbeeld
Eigen fictief voorbeeld voor belastingjaar 2026, één persoon zonder fiscale partner, geen schulden of bijzondere vrijstellingen. Op 1 januari is er € 100.000 aan banktegoeden en € 50.000 aan overige beleggingen. De geldbedragen zijn aannames; de fiscale parameters komen uit de genoemde 2026-bron.
| Stap | Uitkomst |
|---|---|
| Forfaitair rendement | € 100.000 × 1,28% + € 50.000 × 6,00% = € 4.280 |
| Rendementsgrondslag | € 150.000 |
| Grondslag na vrijstelling | € 150.000 − € 59.357 = € 90.643 |
| Box 3-inkomen | € 4.280 × € 90.643 ÷ € 150.000 ≈ € 2.586,35 |
| Indicatieve belasting zonder tussentijdse afronding | Ongeveer € 931,08 |
Dit is belasting volgens het forfait, geen voorspelling van rente, koerswinst of netto vermogensgroei. Productkosten en inflatie zijn niet als aftrekpost in het model verwerkt. De uitkomst houdt ook geen rekening met dividendbelastingverrekening of persoonlijke heffingskortingen.
Wat betekent de uitkomst?
De uitkomst laat zien hoe de samenstelling van het peildatumvermogen doorwerkt in de forfaitaire berekening. Zij bewijst niet hoeveel rendement je verdient en geeft geen advies om spaargeld om te zetten in beleggingen of andersom. Zie de aparte uitleg over belasting over spaargeld.
Een bedrag van € 0 betekent binnen dit model dat geen forfaitaire box 3-belasting is berekend. Het betekent niet automatisch dat je geen aangifte hoeft te doen of geen andere belasting verschuldigd bent.
Verlies en werkelijk rendement
Een forfait kan positief zijn terwijl je beleggingen dalen. De Belastingdienst belast een lager werkelijk rendement als dat volgens de regels wordt doorgegeven. Dat werkelijke rendement omvat inkomsten én waardeveranderingen gedurende het hele jaar, ook ongerealiseerde mutaties. Het heffingsvrij vermogen wordt daarbij niet afgetrokken; het totale negatieve jaarresultaat wordt voor deze regeling op € 0 gesteld en niet naar een ander jaar meegenomen.
Eigen aanvullend verliesvoorbeeld over heel 2026: in dezelfde eenvoudige portefeuille is € 2.000 spaarrente ontvangen en daalt de waarde van de beleggingen met € 10.000. Er zijn geen stortingen, opnames, andere inkomsten of kosten in dit scenario. Het economische resultaat vóór belasting en inflatie is −€ 8.000. Voor de beschreven tegenbewijsberekening is het totale negatieve werkelijke rendement dan € 0. De hiervoor berekende € 931,08 is dus geen vaststaande eindheffing. Dit is een illustratie van het verschil tussen methoden, geen uitkomst voor een concrete aangifte.
De calculator vraagt deze jaargegevens niet op en berekent de tegenbewijsuitkomst niet. Voor de stappen en benodigde administratie: tegenbewijsregeling box 3.
Waar moet je op letten?
De rekenhulp is begrensd tot een heel jaar Nederlandse belastingplicht en, als geselecteerd, een heel jaar fiscaal partnerschap. Bij bijzondere vrijstellingen, buitenlandse belastingvermindering, peildatumarbitrage of onduidelijke fiscale indeling is een losse vermogensoptelsom onvoldoende. Zulke situaties vragen de officiële aangifte of een afzonderlijke beoordeling.
Bij werkelijk rendement zijn gewone beleggingskosten niet zomaar aftrekbaar; rente over box 3-schulden is een afzonderlijk toegestane post. De Belastingdienst licht deze andere berekeningsregels toe. Trek dus niet zelf een verondersteld rendement van de forfaitaire uitkomst af.
Het overzicht van belasting op beleggen in Nederland helpt om tarief, grondslag, aangifte en tegenbewijs uit elkaar te houden. De nieuwe Wet werkelijk rendement is een afzonderlijk wetgevingstraject; deze rekenhulp loopt daar niet op vooruit.
Veelgestelde vragen
Is dit het bedrag van mijn definitieve aanslag?
Nee. De tool geeft een forfaitaire indicatie over 2026 met voorlopige percentages voor banktegoeden en schulden. Werkelijk rendement, definitieve percentages, bijzondere situaties, verrekening en heffingskortingen kunnen de uiteindelijke aanslag veranderen.
Waarom zijn er drie vermogenscategorieën?
De forfaitaire berekening gebruikt verschillende percentages voor banktegoeden, overige bezittingen en aftrekbare schulden. Daardoor kan dezelfde totale vermogenswaarde tot verschillende berekende inkomens leiden.
Kan ik samen met mijn fiscale partner rekenen?
Voor heel 2026 fiscaal partnerschap kun je gezamenlijke bedragen invoeren. De tool verdubbelt de algemene vrijstelling en schulddrempel en toont een gezamenlijk bedrag vóór verdeling en persoonlijke kortingen. Hij bepaalt geen optimale aangifteverdeling.
Bereken ik hiermee ook mijn werkelijk rendement?
Nee. Werkelijk rendement vraagt gegevens over inkomsten en waardeveranderingen gedurende het hele kalenderjaar. Daarbij gelden andere regels dan bij de forfaitaire peildatumberekening, onder meer voor de vrijstelling en kosten.
Geschreven door Redactie Leren Investeren · Redactie
Laatst bijgewerkt op 2026-09-10
Gepubliceerd op
Bronnen
- Berekening box 3-inkomen op de voorlopige aanslag 2026 — Belastingdienst, geraadpleegd 2026-09-10
- Wat is mijn werkelijk rendement? — Belastingdienst, geraadpleegd 2026-09-10
