Tweede woning in box 3: in het kort
- Een particuliere vakantiewoning valt doorgaans in box 3; een verhuurde woning wordt aangegeven bij overige onroerende zaken.
- Voor belastingjaar 2026 gebruik je bij een Nederlandse woning in beginsel de WOZ-waarde met peildatum 1 januari 2025.
- De leegwaarderatio geldt alleen onder voorwaarden en is geen algemene korting voor verhuur.
- Bij werkelijk rendement tellen huur en waardeverandering mee.
- Vanaf 2026 hoort ook beschikbaarheid voor eigen gebruik bij werkelijk rendement.
Wanneer valt een tweede woning in box 3?
Een woning die je als particulier aanhoudt naast je hoofdverblijf valt doorgaans in box 3. In de aangifte maakt de Belastingdienst onderscheid tussen een niet-verhuurde tweede woning en een verhuurde woning bij “overige onroerende zaken”. Een woning die nog onder de eigenwoningregeling valt, bijvoorbeeld in een bijzondere verhuissituatie, vraagt eerst om toetsing aan die regeling. Belastingdienst: tweede woning en uitzonderingen.
Deze pagina behandelt particulier bezit, gecontroleerd op 10 september 2026. Een ondernemingsactiviteit, een woning in een bv, erfpacht of gedeeld eigendom kan een aanvullende beoordeling nodig maken.
Welke waarde geef je op?
Voor een Nederlandse woning in box 3 is de WOZ-beschikking leidend volgens de waarderingsregels voor het betreffende belastingjaar. Het kalenderjaar waarin je de aangifte verstuurt is niet de WOZ-waardepeildatum.
| Belastingjaar | Bezit beoordeeld op | WOZ-waardepeildatum | Beschikking ontvangen in |
|---|---|---|---|
| 2025, aangifte doorgaans in 2026 | 1 januari 2025 | 1 januari 2024 | 2025 |
| 2026, aangifte doorgaans in 2027 | 1 januari 2026 | 1 januari 2025 | 2026 |
De algemene jaarregel staat bij de Belastingdienst over tweede woningen; de concrete 2026-data staan in de fiscale toelichting 2026. Het gaat om jouw eigendomsdeel. Gebruik niet zonder controle een online verkoopprijs als vervanging van de voorgeschreven WOZ-waarde.
Woning buiten Nederland
Een buitenlands vakantiehuis mag bij een Nederlandse binnenlandse belastingplichtige niet ontbreken omdat het elders staat. Voor een buitenlandse woning geldt een waarde in het economisch verkeer in onbewoonde en onverhuurde staat; voor belastingjaar 2026 noemt de Belastingdienst 1 januari 2025. Eventuele voorkoming van dubbele belasting is een afzonderlijke stap. Belastingdienst: binnenlandse en buitenlandse onroerende zaken.
Wanneer geldt de leegwaarderatio?
De leegwaarderatio kan de box 3-waarde van een verhuurde woning verlagen als de verhuur aan de voorwaarden voldoet, waaronder huurbescherming. Vanaf 2023 geldt de regeling niet voor tijdelijk verhuurde woningen. Verhuur aan een gelieerde partij onder voorwaarden die je niet met een onafhankelijke derde zou afspreken, kan tot 100% van de WOZ-waarde leiden. Belastingdienst: voorwaarden en tabel 2023–2026.
De verhouding tussen kale jaarhuur en WOZ-waarde bepaalt het percentage. Niet ieder bedrag dat een huurder betaalt is kale huur: een vergoeding voor energie of meubels hoort daar niet bij. Ook de verhuursituatie op 1 januari is van belang. Belastingdienst: jaarhuur en verhuurde woningen.
Eigen waarderingsvoorbeeld voor 2026: een volledig verhuurde woning heeft een relevante WOZ-waarde van € 300.000 en een kale jaarhuur van € 9.000. Veronderstel dat alle voorwaarden voor de leegwaarderatio zijn vervuld, zonder erfpacht of bijzondere relatie. De huurverhouding is € 9.000 / € 300.000 = 3%. In de officiële tabel hoort “meer dan 2%, niet meer dan 3%” bij 84%. De box 3-waarde is dan 84% × € 300.000 = € 252.000. Dit is een waarderingsvoorbeeld, geen netto verhuurrendement of belastingaanslag. Tabel leegwaarderatio.
Forfaitair rendement en werkelijk rendement
Bij de forfaitaire berekening valt een woning onder overige bezittingen: voor 2026 geldt daarvoor 6,00% fictief rendement. De uiteindelijke heffing hangt ook af van de rest van je vermogen, de vrijstelling en eventuele schulden. Huur wordt in deze methode niet nog eens als werkelijke opbrengst opgeteld. Belastingdienst: forfaitaire berekening 2026.
Bij tegenbewijs tellen juist de relevante inkomsten en waardeverandering over het kalenderjaar. Ontvangen huur is dan onderdeel van het werkelijke rendement. Voor een woning die je het hele jaar bezit wordt voor de waardeverandering aangesloten bij de WOZ-waarden voor twee opeenvolgende belastingjaren; aankoop, verkoop en verbetering hebben bijzondere regels. Wet tegenbewijsregeling: artikelen 5.27 en 5.31.
Gewone onderhoudskosten zijn bij huidig tegenbewijs niet aftrekbaar. Betaalde rente op een box 3-schuld kan wel meetellen als vermindering. Voor investeringen die de WOZ-waarde verhogen bestaat een specifieke correctie, met voorwaarden, waaronder melding bij de gemeente. Belastingdienst: kosten en investeringen.
Bijtelling voor eigen gebruik vanaf 2026
Voor belastingjaar 2026 telt het beschikbaar zijn van een box 3-woning voor eigen gebruik mee bij werkelijk rendement. Je kunt de economische huurwaarde gebruiken of kiezen voor 5,06% van de relevante WOZ-waarde op jaarbasis. Voor een gedeelte van het jaar wordt het bedrag tijdsevenredig toegepast. De actuele Belastingdienstuitleg gebruikt daarbij het aantal beschikbare dagen gedeeld door het aantal dagen van het jaar. Belastingdienst: eigengebruiksbijtelling 2026.
Dagen waarop je niet aanwezig bent kunnen dus wél meetellen. Dagen van verhuur of verpachting tellen niet mee; ook bouw of verbouwing kan dagen uitsluiten als de woning daardoor niet kan worden gebruikt. Deze bijtelling geldt niet bij werkelijk rendement over 2025. Houd per dag bij waarom de woning wel of niet beschikbaar was. Belastingdienst: dagen voor eigen gebruik.
Eigen deelberekening: een woning met relevante WOZ-waarde € 250.000 is heel 2026 beschikbaar voor eigen gebruik. Bij de vaste methode is de bijtelling € 250.000 × 5,06% = € 12.650. Dit is een fiscaal toegerekend voordeel, geen ontvangen huur. Waardeverandering, overige bezittingen en eventuele schuldinterest zijn niet meegenomen: € 12.650 is dus niet het totale werkelijke rendement of de verschuldigde belasting.
Voordelen en risico's
Een tweede woning kan gebruiksplezier en huurinkomsten bieden, maar belasting en besteedbare kasstroom lopen uiteen. Leegstand, onderhoud, financieringskosten en waardedaling beïnvloeden je economische resultaat. Bij werkelijk rendement kan een niet-verkochte waardestijging of eigen gebruik meetellen terwijl er geen geld binnenkomt.
De vermogensbelasting-rekenhulp rekent uitsluitend forfaitair voor 2026. Hij bepaalt geen WOZ-correctie, leegwaarderatio, eigengebruiksbijtelling of buitenlandse belastingvermindering.
Ga voor de samenhang naar belasting op beleggen en sparen in Nederland.
Deze informatie is algemene educatie, geen persoonlijk beleggingsadvies en geen persoonlijk belastingadvies.
Veelgestelde vragen
Welke WOZ-waarde gebruik ik voor belastingjaar 2026?
Voor een Nederlandse box 3-woning gebruik je in beginsel de WOZ-waarde met waardepeildatum 1 januari 2025, op de beschikking die je in 2026 ontvangt.
Zijn huurinkomsten in box 3 belastingvrij?
Bij de forfaitaire methode wordt huur niet afzonderlijk als werkelijke opbrengst belast. De woning telt wel mee als bezit. Bij werkelijk rendement tellen ontvangen huur en waardeveranderingen wel mee.
Telt alleen werkelijk verblijf mee voor de eigengebruiksbijtelling?
Nee. Vanaf 2026 gaat het om dagen waarop de woning voor eigen gebruik beschikbaar is, ook als je er niet verblijft. Verhuurde dagen en dagen waarop de woning door bouw of verbouwing onbruikbaar is tellen niet mee.
Geschreven door Redactie Leren Investeren · Redactie
Laatst bijgewerkt op 2026-09-10
Gepubliceerd op
Bronnen
- Tweede woning (zoals een vakantiewoning) — Belastingdienst, geraadpleegd 2026-09-10
- Fiscale informatie 2026: bezittingen en schulden in box 3 — Belastingdienst, geraadpleegd 2026-09-10
- Tabel waarde verhuurde of verpachte woning 2023–2026 — Belastingdienst, geraadpleegd 2026-09-10
- Wat is mijn werkelijk rendement? — Belastingdienst, geraadpleegd 2026-09-10
- Wet tegenbewijsregeling box 3, Staatsblad 2025, 195 — Rijksoverheid, geraadpleegd 2026-09-10
- Berekening box 3-inkomen voorlopige aanslag 2026 — Belastingdienst, geraadpleegd 2026-09-10
