Heffingsvrij vermogen: definitie
Heffingsvrij vermogen is het deel van de rendementsgrondslag dat bij de forfaitaire box 3-berekening buiten de heffing blijft. De rendementsgrondslag bestaat uit je relevante bezittingen minus de aftrekbare box 3-schulden. De vrijstelling geldt per belastingplichtige, niet per bankrekening.
De Belastingdienst legt de vrijstelling vast per belastingjaar. Deze pagina is gecontroleerd op 10 september 2026 en behandelt Nederland.
Vrijstelling voor 2026 en aangifte over 2025
Voor belastingjaar 2026 bedraagt het heffingsvrij vermogen € 59.357 per persoon. Het bedrag voor de aangifte over 2025 is € 57.684; dat blijft zo wanneer je die aangifte in 2026 invult. Bron: Belastingdienst.
| Belastingjaar | Zonder fiscale partner | Samen bij volledig jaar fiscaal partnerschap |
|---|---|---|
| 2025 | € 57.684 | € 115.368 |
| 2026 | € 59.357 | € 118.714 |
De dubbele vrijstelling geldt ook als je een deel van het jaar fiscale partners bent en ervoor kiest om voor het hele jaar als fiscale partners te worden behandeld. Alleen samenwonen is op zichzelf geen bewijs dat die fiscale voorwaarden zijn vervuld. Bron: voorwaarden bij de vrijstelling.
Hoe werkt heffingsvrij vermogen?
De vrijstelling verlaagt de grondslag waarmee het forfaitaire inkomen wordt berekend. Eerst worden de relevante bezittingen en aftrekbare schulden bij elkaar gebracht. Daarna volgt de aftrek van het heffingsvrij vermogen; de resterende grondslag kan niet lager zijn dan nul. Bron: berekening box 3.
De vrijstelling is één gezamenlijke ruimte voor de bezittingen die onder de berekening vallen. Wie € 40.000 spaargeld en € 30.000 aan gewone beleggingen heeft, bezit daarvoor in totaal € 70.000. De spaarder krijgt geen nieuwe vrijstelling zodra het geld over twee banken of een broker wordt verdeeld.
Bij gemengd vermogen krijgt niet eerst al je spaargeld de vrijstelling en daarna pas je belegging. De verhouding tussen de grondslag na vrijstelling en de rendementsgrondslag wordt toegepast op het berekende rendement van de hele vermogensmix. Dat onderscheid voorkomt een verkeerde belastingraming. Bron: stappen 3 tot en met 5 van de Belastingdienst.
De basis lees je bij box 3. De uitwerking voor alleen een bankrekening staat bij belasting over spaargeld.
Eigen voorbeeld: net boven de vrijstelling
Fictieve situatie, belastingjaar 2026: één persoon heeft op 1 januari € 65.000 aan gewone banktegoeden, geen andere bezittingen, geen schulden en geen fiscale partner. De vrijstelling en het voorlopige spaarforfait voor 2026 leiden tot:
- Rendementsgrondslag: € 65.000.
- Grondslag na vrijstelling: € 65.000 − € 59.357 = € 5.643.
- Forfaitair box 3-inkomen: € 5.643 × 1,28% = € 72,23.
- Indicatieve belasting: € 72,2304 × 36% = € 26,00.
Deze verkorte formule werkt hier doordat het vermogen uitsluitend uit banktegoeden bestaat en er geen schulden zijn. De eigen berekening rondt pas de getoonde uitkomsten af op centen. De aanslag kan anders afronden. Het voorbeeld berekent belasting over één jaar, geen werkelijk netto spaarrendement; renteopbrengst, bankkosten en inflatie zijn niet ingevuld. Probeer een eigen forfaitaire situatie in de box 3-rekenhulp.
Waarom geldt de vrijstelling niet bij werkelijk rendement?
De wettelijke tegenbewijsberekening gebruikt het werkelijke rendement over het hele relevante box 3-vermogen. Er gaat geen heffingsvrij vermogen van af. De Belastingdienst vergelijkt die uitkomst met het forfaitaire box 3-inkomen, waarin de vrijstelling al is verwerkt, en gebruikt de lagere uitkomst wanneer je het werkelijke rendement doorgeeft. Bron: werkelijk rendement.
Dat maakt het onjuist om bij tegenbewijs alleen rente over het vermogen boven € 59.357 aan te geven. Ook opbrengsten op het vrijgestelde deel tellen in de werkelijke berekening mee. Zit je onder de algemene vrijstelling en is je forfaitaire box 3-inkomen daardoor nul, dan levert het doorgeven van een positief werkelijk rendement geen hogere box 3-heffing op: de lagere forfaitaire uitkomst blijft leidend. Bronnen: werkelijk rendement en box 3-uitleg.
Verschil met andere vrijstellingen en vermogensgrenzen
Heffingsvrij vermogen is een box 3-begrip. Het zegt niet hoeveel vermogen voor elke inkomensafhankelijke regeling buiten beschouwing blijft. Gebruik het bedrag daarom niet als universele grens voor toeslagen of andere regelingen. Bron: Belastingdienst over vermogen bij inkomensafhankelijke regelingen.
Bijzondere vrijstellingen, zoals die voor bepaalde erkende groene producten, horen bij een afzonderlijke stap. De Belastingdienst rekent alleen het niet-vrijgestelde deel van groene spaartegoeden en beleggingen mee in de vermogenscategorieën. Bron: berekening 2026. Meer onderwerpen vind je in het overzicht belasting op sparen en beleggen in Nederland.
Dit is algemene financiële educatie, geen persoonlijk beleggingsadvies of persoonlijk fiscaal advies. Beleggen brengt risico op verlies mee; een fiscale vrijstelling garandeert geen rendement.
Veelgestelde vragen
Hoeveel spaargeld is belastingvrij in 2026?
Als je uitsluitend gewone banktegoeden hebt en geen aftrekbare schulden, is de grens € 59.357 per persoon. Voor partners met het hele jaar fiscaal partnerschap is dat samen € 118.714. Andere box 3-bezittingen gebruiken dezelfde vrijstelling.
Krijg ik de vrijstelling bij iedere bank opnieuw?
Nee. Het heffingsvrij vermogen geldt voor je totale relevante box 3-vermogen. Meerdere bankrekeningen of brokers leveren geen extra algemene vrijstelling op.
Heb ik ook heffingsvrij vermogen bij werkelijk rendement?
Nee. De tegenbewijsberekening gebruikt het werkelijke rendement over het hele relevante box 3-vermogen, zonder heffingsvrij vermogen. De Belastingdienst vergelijkt dit met de forfaitaire uitkomst waarin de vrijstelling wel is verwerkt.
Geschreven door Redactie Leren Investeren · Redactie
Laatst bijgewerkt op 2026-09-10
Gepubliceerd op
Bronnen
- Vermogen bij inkomensafhankelijke regelingen — Belastingdienst, geraadpleegd 2026-09-10
- Heffingsvrij vermogen — Belastingdienst, geraadpleegd 2026-09-10
- Berekening box 3-inkomen voorlopige aanslag 2026 — Belastingdienst, geraadpleegd 2026-09-10
- Box 3: uitleg en tarieven — Belastingdienst, geraadpleegd 2026-09-10
- Wat is mijn werkelijk rendement? — Belastingdienst, geraadpleegd 2026-09-10
