Uitleg · Nederland

Belasting over spaargeld in box 3

Wanneer betaal je belasting over spaargeld in 2026? Bekijk de vrijstelling, het voorlopige spaarforfait en een voorbeeld met lager werkelijk rendement.

Auteur
Redactie Leren Investeren
Onderwerp
Nederland
Leestijd
03 min leestijd
Bijgewerkt
Belasting over spaargeld in box 3 — educatieve illustratie voor beleggers in Nederland

Belasting over spaargeld in het kort

  • Gewone bank- en spaartegoeden vallen in Nederland in beginsel onder box 3.
  • Het heffingsvrij vermogen is in 2026 € 59.357 per persoon. Andere box 3-bezittingen gebruiken dezelfde vrijstelling.
  • Voor de forfaitaire berekening over 2026 geldt voorlopig 1,28% spaarrendement en 36% belasting over het berekende box 3-inkomen.
  • Een lagere werkelijk ontvangen rente kan relevant zijn voor tegenbewijs, maar de vergelijking betreft het totale relevante box 3-rendement.

Bronnen: berekening 2026, vrijstelling en werkelijk rendement. Gecontroleerd op 10 september 2026. Voor aangifte over 2025 gelden de bedragen van 2025, ook wanneer je die aangifte in 2026 indient.

Wanneer is spaargeld belast?

Bij de forfaitaire methode kan box 3-inkomen ontstaan wanneer je relevante vermogen, na aftrekbare schulden, boven de algemene vrijstelling uitkomt. De verhouding tussen bezittingen en schulden bepaalt daarnaast of het forfaitaire rendement positief is. Voor iemand met uitsluitend gewone banktegoeden en geen schulden ligt de vrijstellingsgrens in 2026 op € 59.357. Bij volledig jaar fiscaal partnerschap is de gezamenlijke grens € 118.714. Bronnen: heffingsvrij vermogen en berekeningsstappen.

Spaargeld op verschillende rekeningen wordt voor deze algemene vrijstelling niet afzonderlijk behandeld. Nederlandse én buitenlandse bank- en spaartegoeden horen bij de bankcategorie. De vrijstelling kun je niet per bank opnieuw gebruiken. Bron: vermogenscategorieën en berekeningsstappen.

Heb je ook beleggingen, een tweede woning of andere box 3-bezittingen, dan hangt de uitkomst van de totale vermogensmix af. Een spaarsaldo onder de vrijstelling betekent dan niet automatisch dat er geen box 3-belasting is. De samenhang staat bij wat box 3 is.

Spaarrente, deposito's en beleggingsproducten

Gewone spaarrekeningen en termijndeposito's bij een bank vallen onder de categorie banktegoeden. Een vaste looptijd maakt een deposito niet vrijgesteld; ook een termijndeposito telt voor box 3 als banktegoed. Bron: Belastingdienst, categorie-indeling box 3 2026.

Een fonds dat als alternatief voor sparen wordt aangeboden, is niet alleen door die marketingnaam een banktegoed. Fondsen en andere beleggingen vallen in de regel in de categorie beleggingen en overige bezittingen. Controleer dus wat je juridisch bezit: een banktegoed of een deelneming in een belegging. Bron: categorie-indeling 2026.

Het spaarforfait van 1,28% is een fiscale rekenfactor, niet de rente die je bank betaalt. Bij de forfaitaire methode wordt die factor toegepast op de peildatumsaldi. Bij de werkelijke methode zijn de ontvangen rente en het rendement op andere bezittingen bepalend. Bronnen: forfaitaire berekening en werkelijk rendement.

Eigen rekenvoorbeeld met alleen spaargeld

Fictieve situatie voor belastingjaar 2026: één persoon heeft op 1 januari € 100.000 op gewone bankrekeningen. Er zijn geen schulden, beleggingen, partner of bijzondere vrijstellingen. De banktegoeden blijven in dit vereenvoudigde voorbeeld het hele jaar € 100.000 en er zijn geen bankkosten.

Met de voorlopige parameters van 2026:

Forfaitair box 3-inkomen = (€ 100.000 − € 59.357) × 1,28% = € 520,2304.

Indicatieve box 3-belasting = € 520,2304 × 36% = € 187,28.

De eigen berekening rondt alleen het eindbedrag af op centen. De definitieve aanslag kan anders afronden en het spaarpercentage wordt begin 2027 vastgesteld. De box 3-rekenhulp maakt ook een indicatie voor een gemengde vermogenssituatie.

Waarom een rente onder het forfait niet genoeg is

Tegenbewijs vergelijkt de werkelijk ontvangen rente over het hele banktegoed met het forfaitaire box 3-inkomen na vrijstelling. Je vergelijkt dus geen twee losse rentepercentages. De officiële rekenvoorbeelden met alleen spaargeld laten dat onderscheid zien.

In het fictieve voorbeeld met € 100.000 banktegoeden is de forfaitaire vergelijkingsuitkomst € 520,23:

Fictieve bruto rente over heel 2026Werkelijk rendement in euro'sVergelijking met forfaitair inkomen
1,00% over € 100.000€ 1.000Hoger dan € 520,23; het forfait blijft lager
0,40% over € 100.000€ 400Lager dan € 520,23; werkelijk rendement kan lager uitvallen

De eerste rij is het belangrijke tegenvoorbeeld: 1,00% is lager dan het forfait van 1,28%, maar € 1.000 is hoger dan het belastbare forfaitaire inkomen. In de tweede rij zou de belasting over het doorgegeven werkelijke rendement € 400 × 36% = € 144 zijn, uitgaande van dezelfde eenvoudige situatie en de huidige regels. Deze uitkomsten zijn eigen berekeningen, geen marktrentes of bankaanbiedingen.

De rentebedragen zijn bruto vóór belasting, met nul bankkosten in het voorbeeld. Er is geen inflatiecorrectie toegepast. Bij andere box 3-bezittingen tellen ook de bijbehorende opbrengsten en waardeveranderingen mee; je kunt niet uitsluitend de spaarrekening met de laagste rente selecteren. Bron: werkelijk rendement.

Aandachtspunten voor je administratie

Voor de forfaitaire berekening bewaar je de saldi op 1 januari van het juiste belastingjaar. Voor een vergelijking met werkelijk rendement zijn ook de renteopbrengsten over het jaar nodig. De Belastingdienst rekent bij de werkelijke methode over het gehele relevante vermogen zonder heffingsvrij vermogen. Bron: Belastingdienst.

Een voorlopige spaarheffing zegt bovendien niets over je koopkracht na inflatie of de voorwaarden waaronder je geld beschikbaar is. Een langlopend deposito kan bijvoorbeeld een andere beschikbaarheid hebben dan een vrij opneembare rekening. Beoordeel belasting daarom als één onderdeel van de totale uitleg over sparen.

Meer onderwerpen vind je in het overzicht belasting op sparen en beleggen in Nederland.

Dit is algemene financiële educatie, geen persoonlijk beleggingsadvies of persoonlijk fiscaal advies. Beleggen brengt risico op verlies mee. De voorbeelden geven geen gegarandeerd rendement en zijn geen definitieve aanslag.

Veelgestelde vragen

Betaal ik belasting over de spaarrente of over mijn spaargeld?

Bij de forfaitaire methode gebruikt box 3 je banktegoeden op 1 januari en een rekenpercentage, met toepassing van de vrijstelling. Bij tegenbewijs telt juist de werkelijk ontvangen rente, samen met het rendement op je overige box 3-vermogen.

Valt een gewoon spaardeposito in box 3?

Een gewoon termijndeposito bij een bank valt onder banktegoeden. Een vaste looptijd maakt het tegoed niet vrijgesteld. Het feit dat je het geld tijdelijk niet kunt opnemen, verandert de gewone box 3-categorie niet.

Kan ik de vrijstelling voor sparen én beleggen gebruiken?

De algemene vrijstelling geldt eenmaal voor de totale relevante vermogensgrondslag. Je krijgt geen aparte algemene vrijstelling voor je spaarrekening en je beleggingen.

Geschreven door Redactie Leren Investeren · Redactie

Laatst bijgewerkt op 2026-09-10

Gepubliceerd op

Bronnen

  1. Berekening box 3-inkomen voorlopige aanslag 2026 Belastingdienst, geraadpleegd 2026-09-10
  2. Heffingsvrij vermogen Belastingdienst, geraadpleegd 2026-09-10
  3. Wat is mijn werkelijk rendement? Belastingdienst, geraadpleegd 2026-09-10
  4. Rekenvoorbeelden werkelijk rendement Belastingdienst, geraadpleegd 2026-09-10
Onafhankelijk leren

Klaar om slimmer te leren beleggen?

Begin bij de basis en bouw stap voor stap een plan dat je zelf begrijpt.