Belasting op beleggen in België
- België belast verschillende onderdelen van beleggen: inkomsten, bepaalde transacties, meerwaarden en bepaalde effectenrekeningen.
- Sinds 1 januari 2026 vallen gewone financiële meerwaarden binnen normaal privébeheer in beginsel onder 10%, na de beschikbare vrijstelling.
- Op de meeste dividenden en interesten bedraagt het Belgische basistarief 30%.
- De belastbare grondslag verschilt per heffing; percentages kun je niet zomaar optellen.
- Vrijstellingen en automatische inhoudingen maken een eigen administratie nog steeds nodig.
Dit overzicht voor Belgische particuliere belastingplichtigen is gecontroleerd op 10 september 2026. De wet van 6 april 2026 over meerwaarden is gepubliceerd op 21 april 2026 en werkt vanaf 1 januari 2026. Oude uitleg waarin alle normale privémeerwaarden belastingvrij zijn of de nieuwe wet alleen een voorstel is, beschrijft daarom niet meer de huidige hoofdregel. Dit overzicht is educatief en is geen persoonlijk beleggings- of fiscaal advies.
Welke belasting hoort bij je belegging?
| Onderdeel | Wat wordt beoordeeld? | Waar lees je verder? |
|---|---|---|
| Inkomen tijdens het bezit | Dividend, interest en andere uitkeringen | Roerende voorheffing |
| Overdracht met winst | Fiscale meerwaarde en toepasselijk regime | Meerwaardebelasting |
| Bepaalde aankopen en verkopen | De beursverrichting en transactiewaarde | Beurstaks |
| Een effectenrekening aanhouden | Rekening, referentieperiode en belastbare waarde | Effectenrekeningtaks |
| Administratie en aangifte | Inhoudingen, eigen aangifte en rekeningmelding | Belastingaangifte voor beleggingen |
Meerwaardebelasting is geen belasting over ieder verkocht eurobedrag. Dividendbelasting is geen algemene belasting over een stijgende portefeuille. De FOD-uitleg over meerwaarden en inkomsten van spaargeld en beleggingen gebruiken ieder hun eigen grondslag.
Meerwaarden: wat verandert in 2026?
Voor een gewone particuliere portefeuille bedraagt het tarief in beginsel 10%. De basisvrijstelling is € 10.000 per persoon voor inkomstenjaar 2026, aanslagjaar 2027. Zij geldt over de relevante meerwaarden samen, niet per rekening of broker. FOD: tarief en vrijstellingen.
Bij oude beleggingen is de waarde op 31 december 2025 in beginsel het fiscale vertrekpunt. Verliesverrekening, een hogere historische aankoopwaarde en bijzondere deelnemingen hebben aanvullende regels. Goede huisvader beleggen blijft belangrijk om normaal beheer te onderscheiden van speculatie of beroepsactiviteiten, maar betekent niet dat alle meerwaarden vrijgesteld zijn.
De wet maakt onderscheid tussen gewone portefeuilles, interne meerwaarden en aanmerkelijke belangen. Pensioenproducten en bepaalde andere verrichtingen kennen uitzonderingen. De circulaire 2026/C/74 legt deze categorieën en de samenloop met andere inkomsten uit.
Dividend, rente en fondsen
Bij dividenden is het Belgische basistarief meestal 30%. Bepaalde inkomsten of omstandigheden geven recht op een andere behandeling. Het bedrag dat netto op je rekening komt, kan bovendien buitenlandse inhoudingen bevatten. FOD: inkomsten van spaargeld en beleggingen.
Gebruik daarom de uitleg over de dividendvrijstelling en dubbele belasting op buitenlandse dividenden voor de vrijstelling, aangifte en mogelijke teruggaaf. Voor spaarrekeningen gelden andere voorwaarden dan voor een coupon of dividend.
Bij belasting op ETF's moet je meerdere momenten onderscheiden. De Reynderstaks betreft onder voorwaarden het interestdeel van een fonds. Dat deel wordt eerst berekend en vermindert vervolgens de grondslag van de nieuwe meerwaardebelasting. Circulaire, randnummers 201–204. De keuze accumulerend of distribuerend maakt een fonds niet automatisch belastingvrij.
Beurstaks en effectenrekeningen
Een verlieslatende verkoop kan nog steeds een beursverrichting zijn waarop taks verschuldigd is. De actuele beurstakstarieven hangen af van het instrument en de verrichting. Voor ETF-beurstaks is de exacte deelklasse belangrijk. De TOB-rekentool helpt pas nadat de juiste categorie is vastgesteld.
Een buitenlandse broker kan betekenen dat je beurstaks zelf moet aangeven. Dat is een andere verplichting dan een personenbelastingaangifte of de jaarlijkse heffing op een effectenrekening. Controleer voor die laatste de actuele voorwaarden en referentieperiode op de pagina over effectenrekeningtaks.
Een eigen voorbeeld: één jaar, verschillende heffingen
Een fictieve particuliere belegger realiseert in 2026 € 13.500 gewone meerwaarden, ontvangt € 600 bruto interest en maakt € 150 kosten en overige transactietaksen. We veronderstellen een volledig belastingjaar, geen verliezen, een beschikbare basisvrijstelling en interest waarop het standaardtarief zonder vrijstelling van toepassing is.
- Meerwaardebelasting: (€ 13.500 − € 10.000) × 10% = € 350.
- Belasting over de interest: € 600 × 30% = € 180.
- Netto economisch resultaat: € 13.500 + € 600 − € 350 − € 180 − € 150 = € 13.420.
De € 150 is een fictieve totaalpost, geen toepasselijk TOB-tarief. Kosten verlagen de economische opbrengst maar zijn geen aftrek van de nieuwe fiscale meerwaarde. Het resultaat is nominaal en niet gecorrigeerd voor inflatie. Dit voorbeeld geeft geen verwacht rendement.
Wat verschilt per product of situatie?
Aandelen kunnen dividend én koerswinst opleveren. Obligaties en staatsbons vragen een splitsing tussen coupon, andere interest en eventuele meerwaarde bij verkoop of terugbetaling. Bij crypto kan een ruil naar een andere munt al een realisatiemoment zijn.
Pensioensparen heeft een eigen stelsel van voordelen, voorwaarden en latere heffingen. Tak 21 en tak 23 zijn geen synoniem voor pensioensparen: de precieze verzekering en fiscale context bepalen de behandeling.
Beleggen via een vennootschap vraagt een eigen analyse van onder meer DBI en vennootschapsbelasting. De vergelijking met Nederland toont waarom eenzelfde tarief of hetzelfde vermogen niet automatisch dezelfde belastingdruk betekent.
Hoe houd je overzicht?
Bewaar afrekeningen, fiscale attesten, historische aankoopgegevens en eind-2025-waarderingen. Noteer bruto inkomsten en inhoudingen apart. Controleer daarnaast of een buitenlandse rekening moet worden aangegeven.
Inhouding door een bank is niet altijd de definitieve belasting. De persoonlijke vrijstelling, verliezen of een historische aankoopwaarde kunnen een correctie via de aangifte vragen. Voor de nieuwe meerwaardebelasting begon de wettelijke inhouding op 1 juni 2026; voor het eerdere deel van 2026 bestaan overgangsregels. Wet, artikelen 22, 28 en 35.
Een fiscale besparing maakt een belegging niet geschikt of veilig. Houd rekening met spreiding, liquiditeit, kosten en het risico dat je minder terugkrijgt dan je inleg.
Veelgestelde vragen
Is beleggen in België belastingvrij?
Nee. Afhankelijk van het product en de verrichting kunnen roerende inkomsten, meerwaarden, beursverrichtingen of effectenrekeningen belast worden. Elke heffing heeft eigen voorwaarden.
Wat is het verschil tussen beurstaks en meerwaardebelasting?
Beurstaks betreft bepaalde transacties en wordt berekend over de relevante transactiewaarde. Meerwaardebelasting vertrekt van de fiscale winst bij overdracht.
Regelt mijn broker alle Belgische belastingen?
Dat hangt af van de broker, het product en de belasting. Inhoudingen kunnen daarnaast een aangiftecorrectie vragen voor vrijstelling of verliesverrekening.
Welk jaar gebruik ik voor de nieuwe meerwaardebelasting?
De wet heeft uitwerking vanaf 1 januari 2026. Bij een gewone jaarlijkse personenbelastingaangifte horen inkomsten uit 2026 bij aanslagjaar 2027, doorgaans aangegeven in 2027.
Geschreven door Redactie Leren Investeren · Redactie
Laatst bijgewerkt op 2026-09-10
Gepubliceerd op
Bronnen
- 6 APRIL 2026. - Wet tot invoering van een belasting op meerwaarden op financiële activa — Belgisch Staatsblad / Justel, geraadpleegd 2026-09-10
- Meerwaardebelasting — FOD Financiën, geraadpleegd 2026-09-10
- Circulaire 2026/C/74 over de belasting op meerwaarden op financiële activa in de personenbelasting — FOD Financiën, geraadpleegd 2026-09-10
- Inkomsten van spaargeld en beleggingen — FOD Financiën, geraadpleegd 2026-09-10
