België · gidsen en artikelen

Meerwaardebelasting in België: alles over de belasting op je beleggingswinst

Lees hoe de Belgische meerwaardebelasting in 2026 werkt: 10% tarief, vrijstelling, fotomoment, verliesverrekening en inhouding door je bank.

Meerwaardebelasting in 2026

  • Sinds 1 januari 2026 vallen gewone meerwaarden op financiële activa binnen normaal privébeheer in beginsel onder een tarief van 10%.
  • Voor inkomstenjaar 2026, aanslagjaar 2027, is de basisvrijstelling € 10.000 per persoon.
  • Oude beleggingen krijgen in beginsel de waarde op 31 december 2025 als fiscale startwaarde.
  • Kosten, beurstaks en historische verliezen zijn geen gewone aftrekposten van deze meerwaarde.
  • De broninhouding kan bevrijdend zijn; voor vrijstelling, verliesverrekening of een hogere historische aankoopwaarde kan een aangifte en teruggaaf nodig zijn.

Dit overzicht gaat over een Belgische particuliere belastingplichtige en is gecontroleerd op 10 september 2026. De wet van 6 april 2026 is gepubliceerd op 21 april 2026. Het gaat dus om geldend recht met terugwerkende toepassing, niet meer om een regeringsvoorstel. De FOD-pagina Meerwaardebelasting geeft de hoofdlijnen; circulaire 2026/C/74 van 22 juli 2026 licht de uitzonderingen toe. Deze informatie is educatief en is geen persoonlijk beleggings- of fiscaal advies.

Welke winst valt onder de belasting?

Meerwaardebelasting is een belasting op het verschil tussen de ontvangen verkoopwaarde en de fiscale aanschaffingswaarde. Naast aandelen en obligaties omvat de regeling onder meer ETF's, derivaten, bepaalde spaar- en beleggingsverzekeringen, cryptoactiva en beleggingsgoud. Ook een ruil kan een overdracht onder bezwarende titel zijn. Het product hoeft niet Belgisch te zijn. De artikelen 3 en 4 van de wet leggen het toepassingsgebied vast.

Eerst komt de kwalificatie van de verrichting. De circulaire, randnummers 190–192, onderscheidt normaal privébeheer van abnormaal of speculatief beheer en beroepsactiviteiten. Beleggen als goede huisvader betekent in 2026 daarom niet dat alle koerswinst belastingvrij is.

Categorie binnen normaal privébeheerHoofdlijn
Gewone portefeuille, categorie C10% na de toepasselijke vrijstellingen
Aanmerkelijk belang, categorie BBij minstens 20% eigen deelneming geldt een bijzonder regime
Interne meerwaarde, categorie AVerkoop aan een vennootschap waarop de overdrager zelf, alleen of samen met wettelijk omschreven familieleden, controle uitoefent kent een afzonderlijk regime

De bijzondere regeling voor een aanmerkelijk belang heeft een vrijstelling van € 1 miljoen, verminderd met het gebruik in de vier voorgaande belastbare tijdperken. Op het resterende bedrag gelden schijven van 1,25%, 2,5%, 5% en 10%; bepaalde overdrachten van Belgische aandelen aan een rechtspersoon buiten de EER vallen onder 16,5%. Interne verkoopmeerwaarden vallen in beginsel onder 33%. Deze regimes hebben voorwaarden en kunnen niet worden gekozen op basis van het gunstigste tarief. Wet, artikelen 3, 10 en 14. Bij beroepsactiviteiten of abnormaal beheer zijn deze gewone vrijstellingen geen vanzelfsprekend uitgangspunt.

Hoe bereken je een gewone meerwaarde?

Voor een na 1 januari 2026 gekocht effect geldt als basis:

Fiscale meerwaarde = ontvangen verkoopprijs − fiscale aanschaffingswaarde.

Je trekt hierbij geen makelaarskosten of belastingen af. Bij meerdere aankopen van identieke activa geldt in beginsel FIFO: de eerst gekochte stukken gelden als eerst verkocht. Aankopen en verkopen in vreemde valuta worden elk tegen de wisselkoers op hun eigen datum naar euro omgerekend. Wet, artikel 11, nieuw artikel 102 WIB 92. Het economische rendement na kosten kan daardoor lager zijn dan de fiscale winst.

Fotomoment voor bestaande beleggingen

Voor activa van vóór 2026 geldt in beginsel de waarde op 31 december 2025. Voor beursgenoteerde activa is dat de laatste slotkoers van 2025. Bij niet-beursgenoteerde activa gelden wettelijke waarderingsmethoden; zomaar de huidige verkoopprijs terugrekenen volstaat niet.

Is je aantoonbare oorspronkelijke aankoopwaarde hoger? Voor overdrachten tot en met 31 december 2030 kun je op verzoek die waarde gebruiken om de belastbare meerwaarde te verminderen. Dit kan de meerwaarde tot nul terugbrengen, maar creëert geen aftrekbaar historisch verlies. Bij identieke oude stukken gebruikt deze uitzondering de gemiddelde historische aankoopwaarde. De einddatum staat in artikel 11 van de wet en randnummers 167–168 van de circulaire.

Fictief: een pakket kostte in 2024 € 18.000, was eind 2025 € 12.000 waard en wordt in 2026 voor € 15.000 verkocht. Het herstel vanaf het fotomoment is € 3.000. Met bewezen hogere oorspronkelijke aankoopwaarde wordt de fiscale meerwaarde op verzoek € 0, niet een verrekenbaar verlies van € 3.000. Verkoop onder de fotowaarde vraagt een aparte berekening van de daling sinds dat fotomoment.

Welke verliezen tellen mee?

Gerealiseerde minderwaarden kunnen worden afgetrokken van meerwaarden van dezelfde persoon, in hetzelfde belastbare tijdperk en binnen dezelfde wettelijke categorie. Aandelen en crypto kunnen bij normaal privébeheer beide categorie C zijn; het gaat niet om een verplichte scheiding per productsoort. Een verlies uit een ander jaar of van je partner schuift niet automatisch mee. Ongerealiseerde dalingen tellen evenmin mee. Voor oude activa wordt een verrekenbare minderwaarde bepaald tegenover de fotowaarde. Wet, artikel 11, artikel 102 § 5 WIB 92.

Hoe werken de vrijstellingen?

Voor een volledig inkomstenjaar 2026 bedraagt de gewone basisvrijstelling € 10.000 per persoon. Ze geldt voor het totaal van de betrokken meerwaarden, niet per bank, fonds of rekening. Een koppel heeft geen willekeurig verdeelbare gezamenlijke pot: de inkomsten moeten aan de juiste belastingplichtige worden toegerekend. FOD: tarief en vrijstellingen.

Vanaf inkomstenjaar 2027, aanslagjaar 2028, kan een aanvullende vrijstelling ontstaan door beperkt gebruik van de basisvrijstelling in 2026. Voor deze eerste opbouw is maximaal € 1.000 beschikbaar. Gebruik je in 2026 bijvoorbeeld € 350 van de basisvrijstelling, dan ontstaat € 650 aanvullende vrijstelling. Dat is geen overdracht van de overige € 9.650.

Aanvullende vrijstellingen vormen een opgebouwd saldo. Het wettelijke maximum begrenst hoeveel daarvan je in één jaar mag gebruiken, niet het volledige saldo of het aantal opbouwjaren. Een niet gebruikt restant blijft beschikbaar. De circulaire illustreert dit met opbouw over zes jaren, waarbij een deel van het saldo na toepassing van het jaarlijkse gebruiksmaximum behouden blijft. Aanvullende vrijstellingen worden vóór de basisvrijstelling gebruikt, met voorrang voor de oudste. Circulaire, randnummers 97–100.

De FOD-publiekspagina vereenvoudigt dit tot € 5.000 extra na vijf jaar, of € 15.000 inclusief basis. Die samenvatting is geen limiet op de volledige saldo-opbouw en geeft geen vaststaande nominale bedragen voor alle toekomstige jaren. De basisvrijstelling en grenzen worden geïndexeerd. De circulaire noemt haar bedragen vanaf 2027 uitdrukkelijk voorbeelden met hypothetische indexering. Bij een onvolledig belastingjaar kan proratering gelden. Circulaire, randnummers 93–100.

Een eigen rekenvoorbeeld voor 2026

Een particuliere belegger realiseert in 2026 € 17.800 winst en € 2.300 in aanmerking komende minderwaarden binnen categorie C. Er zijn geen andere betrokken meerwaarden en geen bijzondere regimes.

StapBerekeningBedrag
Saldo na verliesverrekening€ 17.800 − € 2.300€ 15.500
Na basisvrijstelling 2026€ 15.500 − € 10.000€ 5.500
Meerwaardebelasting€ 5.500 × 10%€ 550
Economisch resultaat bij € 260 kosten en overige taksen€ 15.500 − € 550 − € 260€ 14.690

De € 260 is een fictieve totaalpost, geen TOB-tarief. Het voorbeeld toont een nominaal resultaat; inflatie is niet afgetrokken. Kosten verlagen de beleggersopbrengst maar niet de hierboven berekende fiscale grondslag.

Wat houdt de bank in en wat geef je zelf aan?

Belgische tussenpersonen houden binnen de wettelijke inhoudingsregeling in beginsel 10% in zonder de jaarlijkse vrijstelling, verliezen of hogere historische aankoopwaarde te verrekenen. De correctie en eventuele terugbetaling lopen via de personenbelasting, met bewijsstukken. Wie voor opt-out kiest, ontvangt zonder deze inhouding maar moet zelf aangeven; de tussenpersoon rapporteert. Wet, artikelen 22, 25 en 28.

De wet laat de inhouding starten op 1 juni 2026, terwijl de belasting vanaf 1 januari geldt. Voor januari tot en met mei bestond een mogelijkheid om op tijdig verzoek een equivalent bedrag te laten storten. De wettelijke keuze voor opt-out over heel 2026 en dit bijzondere verzoek moesten uiterlijk 31 augustus 2026 kenbaar zijn gemaakt. Die overgangsdatum is op onze controledatum verstreken. Ga voor je aangifte uit van wat werkelijk is ingehouden en van de attesten; neem niet aan dat iedere transactie vanaf januari automatisch is afgehandeld. Wet, artikelen 34–35.

Crypto en andere activa buiten de wettelijke broninhouding vragen eigen aandacht. Ook een buitenlandse broker handelt de Belgische belasting niet automatisch af. De gewone aangifte over inkomstenjaar 2026 volgt in 2027, aanslagjaar 2027; deze pagina geeft geen nog onbevestigde aangiftecodes.

Welke andere belastingen blijven bestaan?

Beurstaks belast bepaalde transacties, ook wanneer je verlies maakt. Roerende voorheffing op dividend of interest betreft een andere inkomenscomponent. Bij fondsen moet eerst het onder artikel 19bis belastbare interestdeel worden vastgesteld en daarna van de nieuwe meerwaardegrondslag worden afgetrokken. Je telt dus niet zonder meer 30% en 10% op dezelfde grondslag. Circulaire, randnummers 201–204.

Pensioenspaarproducten en andere wettelijk aangeduide pensioenproducten hebben uitzonderingen; een gewone beleggingsverzekering is niet automatisch vrijgesteld. Ook overlijden, inbreng, reorganisatie en vertrek uit België kennen specifieke bepalingen. Verkoop uitsluitend om een vrijstelling te benutten kan kosten en koersrisico veroorzaken.

Lees de toepassingen voor aandelen, ETF's en crypto. Het Belgische belastingoverzicht verbindt de heffingen met aangifte en administratie.

Veelgestelde vragen

Is de meerwaardebelasting al wet?

Ja. De wet van 6 april 2026 is gepubliceerd op 21 april 2026 en heeft uitwerking vanaf 1 januari 2026. De inhouding door Belgische tussenpersonen startte vanaf 1 juni 2026.

Kan ik de hele ongebruikte vrijstelling meenemen?

Nee. De aanvullende vrijstelling wordt opgebouwd uit een beperkte, niet gebruikte schijf. Voor het eerste opbouwjaar gaat het om maximaal 1.000 euro. De basisvrijstelling zelf wordt niet volledig overgedragen.

Kan ik verliezen met dividend verrekenen?

Niet onder deze regeling. Minderwaarden zijn onder voorwaarden verrekenbaar met meerwaarden van dezelfde belastingplichtige, in hetzelfde belastbare tijdperk en dezelfde wettelijke categorie.

Is een stijgende portefeuille zonder verkoop belast?

Een gewone ongerealiseerde koersstijging is op zichzelf geen overdracht. Onder meer bepaalde afkopen, afwikkelingen en emigratie kunnen wel als realisatie of gelijkgestelde gebeurtenis gelden.

Geschreven door Redactie Leren Investeren · Redactie

Laatst bijgewerkt op 2026-09-10

Gepubliceerd op

Bronnen

  1. 6 APRIL 2026. - Wet tot invoering van een belasting op meerwaarden op financiële activa Belgisch Staatsblad / Justel, geraadpleegd 2026-09-10
  2. Meerwaardebelasting FOD Financiën, geraadpleegd 2026-09-10
  3. Circulaire 2026/C/74 over de belasting op meerwaarden op financiële activa in de personenbelasting FOD Financiën, geraadpleegd 2026-09-10
Onafhankelijk leren

Klaar om slimmer te leren beleggen?

Begin bij de basis en bouw stap voor stap een plan dat je zelf begrijpt.