Uitleg · Nederland

Wet werkelijk rendement en het nieuwe box 3 stelsel

Wat verandert met de Wet werkelijk rendement box 3? Lees de status op 10 september 2026, de beoogde invoering en het verschil met de tegenbewijsregeling.

Auteur
Redactie Leren Investeren
Onderwerp
Nederland
Leestijd
04 min leestijd
Bijgewerkt
Wet werkelijk rendement en het nieuwe box 3 stelsel — educatieve illustratie voor beleggers in Nederland

Wet werkelijk rendement in het kort

  • Het nieuwe box 3-stelsel is op 10 september 2026 nog geen bevestigde geldende regeling.
  • De Tweede Kamer nam het voorstel aan; in de Eerste Kamer is de stemming uitgesteld in afwachting van aangekondigde wijzigingen.
  • De beoogde invoering in 2028 is geen vaststaande ingangsdatum.
  • De huidige tegenbewijsregeling kan nu al rekening houden met een lager werkelijk rendement.

Wat is de actuele status van de wet?

De Wet werkelijk rendement box 3, dossier 36.748, is bij controle op 10 september 2026 nog in behandeling in de Eerste Kamer. De Tweede Kamer nam het voorstel op 12 februari 2026 aan. Na het Eerste Kamerdebat van 30 juni 2026 is de stemming aangehouden tot de behandeling van aangekondigde novelles: afzonderlijke wetsvoorstellen die de tekst aanpassen. De geraadpleegde dossierpagina bevestigt geen aanvaarding door de Eerste Kamer of afkondiging in het Staatsblad. Eerste Kamer: actuele voortgang.

Het gewijzigde voorstel bepaalt dat een koninklijk besluit de inwerkingtreding regelt en bevat bepalingen voor het geval de start afwijkt van 1 januari 2028. Een definitieve ingangsdatum konden wij daarom niet bevestigen. De woorden “box 3 vanaf 2028” beschrijven een beoogde invoering, geen regel waarmee je je aangifte over 2025 of je belasting over 2026 mag invullen. Gewijzigd wetsvoorstel: artikelen VII en IX.

Wat geldt voor belastingjaar 2026?

Voor 2026 blijft het bestaande box 3-stelsel met forfaitaire rendementspercentages het vertrekpunt. Als je een lager werkelijk rendement aannemelijk maakt, kan de huidige tegenbewijsregeling de heffing verlagen. Die regeling is afzonderlijk vastgelegd in de Wet tegenbewijsregeling box 3. Wet tegenbewijsregeling box 3, Staatsblad 2025, 195; Belastingdienst: huidige vergelijking.

Bij de aangifte over 2025, die je in 2026 doet, kun je het werkelijk rendement al in de aangifte doorgeven. Dat betekent niet dat het toekomstige stelsel is ingevoerd. Voor de huidige percentages en hun voorlopige of definitieve status lees je box 3-tarief. Belastingdienst: aangiftejaar 2025.

Wat beoogt het wetsvoorstel te veranderen?

Het voorstel wil de werkelijke opbrengst het uitgangspunt maken, in plaats van een forfait met een mogelijkheid tot tegenbewijs. De volgende vergelijking beschrijft hoofdlijnen; aangekondigde wijzigingen kunnen de uiteindelijke regeling veranderen.

OnderdeelHuidige tegenbewijsregelingHoofdlijn van het wetsvoorstel
FunctieLager werkelijk rendement gebruiken als dat gunstiger isWerkelijk rendement als hoofdregel
BeleggingenInkomsten en gerealiseerde én ongerealiseerde waardeveranderingIn beginsel jaarlijkse vermogensaanwas
VastgoedWaardeverandering telt jaarlijks meeWaardewinst in beginsel bij realisatie; lopende opbrengst jaarlijks
KostenGewone beleggings- en onderhoudskosten niet aftrekbaar; onder meer schuldinterest vormt een uitzonderingAftrek van kosten volgens de voorgestelde voorwaarden
Negatief jaarJaaruitkomst minimaal nul; geen verrekening met andere jarenVerliesverrekening onder afzonderlijke voorwaarden voorgesteld

De vergelijking berust op de huidige uitvoeringsregels en de tekst van het gewijzigde wetsvoorstel. Het zijn geen twee vrije keuzestelsels die in 2026 naast elkaar beschikbaar zijn.

Vermogensaanwas en vermogenswinst

Bij vermogensaanwas telt een waardeverandering in het betreffende jaar, ook als de belegging nog niet is verkocht. Bij vermogenswinst staat het moment van realisatie, bijvoorbeeld verkoop, centraal. In het voorstel is jaarlijkse aanwas de hoofdregel en geldt voor onder meer onroerende zaken een uitzondering. Dat maakt het soort bezit relevant voor het moment van heffing. Eerste Kamer: opzet van het voorstel.

Voordelen en risico's van een stelsel op werkelijk rendement

Een heffing die aansluit bij werkelijke opbrengsten kan de afstand tussen forfait en behaalde opbrengst verkleinen. Dat is het doel van het voorstel, geen garantie dat iedere belegger minder belasting betaalt. Wetsvoorstel 36.748, A.

Liquiditeit en administratie

Een waardestijging kan bestaan zonder dat geld op je betaalrekening binnenkomt. Bij jaarlijkse aanwas kan daardoor een belastingbedrag ontstaan terwijl de belegging nog wordt aangehouden. Wie alleen zijn uitbetaalde dividend registreert, mist dan een deel van de benodigde informatie. De precieze toekomstige verplichtingen en uitzonderingen moeten worden beoordeeld aan de hand van de definitieve wet. Voorgestelde aanwasregeling.

Onzekerheid over de definitieve uitwerking

De politieke behandeling is nog niet afgerond. Baseer een langlopende beleggings- of vastgoedbeslissing daarom niet op een verondersteld definitief tarief, aftrekbedrag of invoeringsjaar uit een voorstel. De huidige fiscale regels en de risico's van de belegging blijven afzonderlijke onderwerpen.

Eigen voorbeeld van het verschil in timing

Een fictieve belegging is bij het begin van een kalenderjaar € 20.000 waard en aan het einde € 23.000. Er zijn geen aankopen, verkopen, uitkeringen of kosten.

De nominale waardeverandering is € 23.000 − € 20.000 = € 3.000, oftewel 15% over dat jaar vóór belasting en zonder inflatiecorrectie. Bij een aanwasberekening verschijnt die € 3.000 in het jaar van de stijging; bij een zuivere winstberekening zou realisatie nodig zijn. Dit is alleen een uitleg van timing, geen berekende aanslag onder het wetsvoorstel.

Een verliesvariant onder dezelfde aannames: daalt de belegging naar € 17.000, dan bedraagt de nominale waardeverandering € 17.000 − € 20.000 = − € 3.000, oftewel −15% over het jaar. Fiscale verwerking maakt dat economische verlies niet ongedaan en een later verlies hoeft niet in hetzelfde belastingjaar te vallen als eerdere winst.

Ook onder huidig tegenbewijs kan een ongerealiseerde stijging meetellen. De uitkomst moet dan worden samengevoegd met het rendement op het overige relevante box 3-vermogen. Belastingdienst: totaal werkelijk rendement.

Bekijk ook het overzicht belasting op beleggen en sparen in Nederland.

Deze informatie is algemene educatie, geen persoonlijk beleggingsadvies en geen persoonlijk belastingadvies.

Veelgestelde vragen

Geldt het nieuwe box 3-stelsel al in 2026?

Nee. De geraadpleegde parlementaire stand op 10 september 2026 bevestigt geen afgeronde wetgeving of inwerkingtreding. Voor 2026 geldt het forfaitaire stelsel met de huidige tegenbewijsregeling.

Staat invoering op 1 januari 2028 vast?

Nee. 2028 is de beoogde start. Het gewijzigde wetsvoorstel koppelt de inwerkingtreding aan een koninklijk besluit en houdt rekening met een andere startdatum.

Is de huidige tegenbewijsregeling hetzelfde als het nieuwe stelsel?

Nee. Tegenbewijs kan de bestaande forfaitaire heffing verlagen bij een lager werkelijk rendement. Het wetsvoorstel wil werkelijk rendement de hoofdregel maken en bevat andere regels.

Geschreven door Redactie Leren Investeren · Redactie

Laatst bijgewerkt op 2026-09-10

Gepubliceerd op

Bronnen

  1. Wet werkelijk rendement box 3, dossier 36.748 Eerste Kamer, geraadpleegd 2026-09-10
  2. Gewijzigd voorstel van wet 36.748, A, artikel IX Staten-Generaal, geraadpleegd 2026-09-10
  3. Wet tegenbewijsregeling box 3, Staatsblad 2025, 195 Rijksoverheid, geraadpleegd 2026-09-10
  4. Wat is mijn werkelijk rendement? Belastingdienst, geraadpleegd 2026-09-10
  5. Fiscale informatie 2025: werkelijk rendement Belastingdienst, geraadpleegd 2026-09-10
Onafhankelijk leren

Klaar om slimmer te leren beleggen?

Begin bij de basis en bouw stap voor stap een plan dat je zelf begrijpt.