Peildatum box 3: definitie
De peildatum in box 3 is de datum waarop de relevante bezittingen en schulden voor de forfaitaire berekening worden vastgesteld: 1 januari van het belastingjaar. Peildatumarbitrage is het tijdelijk veranderen van de vermogensmix rond die datum om een lagere heffing te krijgen; daarvoor gelden antimisbruikregels.
Deze uitleg voor Nederland is gecontroleerd op 10 september 2026. De grondslag staat in de berekening voor 2026; de Belastingdienst licht de regels voor tijdelijke vermogensverschuivingen afzonderlijk toe.
Welk jaar hoort bij de peildatum?
De peildatum hoort bij het jaar waarover je belasting betaalt. Aangifte doen in 2026 betekent vaak dat je belastingjaar 2025 invult. In dat geval is 1 januari 2025 het uitgangspunt voor de forfaitaire berekening. Voor een voorlopige aanslag over 2026 gaat het om 1 januari 2026. Bronnen: berekening 2025 en berekening 2026.
| Waar gaat het formulier over? | Peildatum voor de forfaitaire box 3-berekening |
|---|---|
| Aangifte inkomstenbelasting over 2025 | 1 januari 2025 |
| Voorlopige aanslag inkomstenbelasting over 2026 | 1 januari 2026 |
| Aangifte inkomstenbelasting over 2026 | 1 januari 2026 |
Gebruik voor banktegoeden en beleggingen de gegevens die bij dat belastingjaar horen. Een huidig banksaldo is geen vervanging voor het saldo op de peildatum. De box 3-rekenhulp gebruikt uitsluitend de forfaitaire methode voor 2026.
Wat gebeurt er met veranderingen tijdens het jaar?
Bij de forfaitaire berekening zijn veranderingen na 1 januari normaal gesproken niet bepalend voor de vermogensmix van dat jaar. Bij werkelijk rendement tellen de inkomsten en waardeveranderingen gedurende het kalenderjaar wél mee. Bron: Belastingdienst over veranderingen tijdens het jaar.
Fictief praktijkvoorbeeld: op 1 januari 2026 heeft iemand € 80.000 aan banktegoeden en geen beleggingen. Op 1 juli koopt die persoon voor € 20.000 een beleggingsfonds. In de gewone forfaitaire berekening voor 2026 blijft de uitgangssituatie € 80.000 banktegoeden op 1 januari. Bij de werkelijke rendementsberekening tellen de ontvangen bankrente en de opbrengsten en waardeveranderingen van het fonds vanaf de aankoop mee. Voor de volgende forfaitaire peildatum wordt opnieuw naar de feitelijke situatie op die datum gekeken.
Het voorbeeld beschrijft de tijdlijn, geen verwachte opbrengst of fiscale aanbeveling. Het veronderstelt dat de persoon het hele jaar binnenlands belastingplichtig is, geen fiscale partner heeft en dat geen bijzondere regeling of peildatumarbitrage speelt.
Hoe werkt peildatumarbitrage?
De regeling kan een tijdelijk belastingvoordeel wegnemen wanneer beleggingen rond 1 januari worden omgezet in banktegoeden en de verschuiving kort daarna wordt teruggedraaid. Een vergelijkbare regel bestaat voor tijdelijk extra schulden waarmee banktegoeden worden verhoogd. Bron: Belastingdienst.
De Belastingdienst beschrijft transacties in de drie maanden vóór en de drie maanden ná 1 januari. Daarbij is ook de tijd tussen de heen- en terugtransactie relevant: een periode van meer dan drie maanden valt volgens deze uitleg buiten die tijdelijke verschuivingsregel. Aannemelijke zakelijke redenen kunnen eveneens een uitzondering vormen. Dat maakt de beoordeling feitelijk; het is geen algemeen verbod op verkopen in december. Bron: voorwaarden en uitzonderingen.
Fictief voorbeeld: iemand verkoopt in december 2025 beleggingen, houdt het geld op 1 januari 2026 op een bankrekening en koopt in januari 2026 weer beleggingen terug. Zo'n tijdelijke verschuiving kan onder de regeling vallen. De lagere spaargeldcategorie op 1 januari mag dan niet zonder meer als fiscaal voordeel worden gebruikt. Het voorbeeld is bedoeld om de aangifteregel te herkennen, niet om transacties rond de grensdata te plannen.
Welke administratie helpt bij een juiste aangifte?
Een controleerbare administratie verbindt de waarde op 1 januari met transacties daaromheen. Bewaar daarvoor jaaroverzichten, rekeningafschriften, aankoop- en verkoopbevestigingen en stukken over het doel van een vermogensverschuiving. Voor tegenbewijs zijn daarnaast gegevens over het gehele belastingjaar nodig, omdat ook inkomsten en ongerealiseerde waardeveranderingen meetellen. Bron: berekening werkelijk rendement.
De peildatum en tegenbewijs beantwoorden verschillende vragen: wat bezat je op één datum, en welk rendement had je gedurende het jaar? Lees wat box 3 is voor het verband. De pagina over box 3 verlagen bespreekt de grenzen van fiscale afwegingen. Het overzicht belastingen in Nederland helpt je verder per onderwerp.
Dit is algemene financiële educatie, geen persoonlijk beleggingsadvies of persoonlijk fiscaal advies. Beleggen brengt risico op verlies mee. Een transactie uitsluitend beoordelen op één peildatum geeft geen volledig beeld van kosten, belasting en beleggingsrisico.
Veelgestelde vragen
Welke peildatum gebruik ik voor mijn aangifte in 2026?
Voor een aangifte over belastingjaar 2025 gebruik je bij de forfaitaire box 3-berekening 1 januari 2025. Voor belastingjaar 2026 is de peildatum 1 januari 2026. De datum waarop je het formulier verstuurt verandert dat niet.
Tellen beleggingen die ik halverwege het jaar koop mee?
Bij de forfaitaire methode bepaalt de vermogenssituatie op 1 januari de berekening. Bij werkelijk rendement tellen de opbrengsten en waardeveranderingen van tijdens het jaar gekochte beleggingen wel mee vanaf de aankoop.
Is verkopen voor 1 januari altijd peildatumarbitrage?
Nee. De regeling gaat over bepaalde tijdelijke verschuivingen rond de peildatum. De duur, het terugdraaien van transacties en zakelijke redenen zijn relevant. Alleen een verkoopdatum bewijst niet dat de regeling van toepassing is.
Geschreven door Redactie Leren Investeren · Redactie
Laatst bijgewerkt op 2026-09-10
Gepubliceerd op
Bronnen
- Berekening box 3-inkomen voorlopige aanslag 2026 — Belastingdienst, geraadpleegd 2026-09-10
- Vermogen verplaatsen binnen box 3 — Belastingdienst, geraadpleegd 2026-09-10
- Wat is mijn werkelijk rendement? — Belastingdienst, geraadpleegd 2026-09-10
- Berekening box 3-inkomen 2025 — Belastingdienst, geraadpleegd 2026-09-10
